Baladurettes

Start
Omhoog

 

Aansluitend op het verhaal van de kar wou ik het eens gaan hebben over een hoofdstuk in mijn autogeschiedenis, wat in de autoboeken wel geen of weinig aandacht zal krijgen, maar wat moor mij erg van belang is geweest, namelijk de Periode van de Baladurettes. Weet niet wie die kreet heeft verzonnen, misschien wijzelf wel, of toch de fransen ?

Er was omstreeks 1995 een Minister in Frankrijk, Monsieur Balladur, die een leuk plannetje had bedacht. Wat nou echt de drijfveer was van die man vraag ik me af, maar officieel heette het dat hij de franse auto-industrie een opkikker wou geven. Vraag me af of hij er niet meer op uit was om de krakkemikkige auto's waar menig Fransman zich in pleegde te verplaatsen van de weg wilde hebben en zo het aanzien van zijn land in de ogen van de wereld wat te moderniseren.

Het was tot 1995 zo dat Frankrijk een mekka was voor de liefhebbers van oude franse auto's. Hier in Nederland reed men, vermoedelijk om de buren een plezier te doen, toch in redelijk recente auto's, zeker sinds de invoering van de APK. In Frankrijk schaamde men zich niet om zich in een Flintstone-barrel te vervoeren. We hadden ooit een theorie ontwikkeld om ons bij te staan in de speurtocht naar het "franse goud" (ouwe barrels dus). In de steden vond je ze vooral in flatwijken, waar kennelijk de armere mensen woonden. Op het platteland hing het af van de afstand tot de dichtsbijzijnde grote stad. In een straal van 15 a 20 kilometer vond je genoeg ouwe zooi, kwam je wat verder, dan had men vaak een betere auto, omdat ze toch van die grote stad afhankelijk waren en dus een betrouwbaarder vehikel nodig hadden om er naartoe te rijden. Desalniettemin hadden ze dan toch ook nog wel een brikkie staan om even een baguette te gaan halen bij de dorpsbakker. Maar toch; dichter bij de grote steden was het barrelgehalte groter. De theorie werkte goed, zo wisten we altijd wel waar we wel en niet goed op hoefden te letten op de aanwezigheid van bijvoorbeeld leuke oude eendjes !

Balladur's plan was het volgende; bij het inruilen van je auto op een nieuwe franse auto, kreeg je een subsidie van 5000 FF (toen 1750 gulden ongeveer). Om te voorkomen dat die auto's door de dealers weer zouden worden doorverkocht, was er de plicht voor die dealers om de auto's naar de sloop te brengen. Daar waren die dealers echt strikt in, want we hebben vaker een mooie oude eend zien staan op het achterterrein, die dus echt NIET te koop was. Zelfs onderdelen mochten we er niet afhalen ! De fabrikanten gaven soms nog een extra premie bovenop die 5000 FF, soms zelfs nog eens 5000 FF, dus tezamen 10.000 FF (3500 gulden). En toen was de verleiding dus te groot voor mensen die al jaren met dezelfde ouwe taaie auto reden. Voorwaarde was wel, als ik me goed herinner, dat de wagen gekeurd en verzekerd was, ofzoiets. Er verdwenen dus heel wat fraaie oude auto's verplicht nar de sloop.

Op onze slooptochten door La Douce France, troffen we heel wat fraaie, soms zeer oude auto's, waar we heel wat goed bruikbare onderdelen vanaf konden halen voor weinig geld; perfect spul voor onze restauratie-objecten ! Vaak deed het best wel pijn om zo'n auto in rijdbare staat te ontdoen van zijn mooiste delen en hem (haar?) kaalgeplukt achter te laten, maar onze auto's werden er beter van. Ook zijn er heel wat leuke foto's gemaakt van die historische vehikels op de sloop.

In de zomer van 1995 was ik drie weken op reis door Frankrijk, met mijn twee honden, met als einddoel; het huis van mijn ouders in Spanje. Mijn vriend Jan-Peter had een oproep geplaatst in een frans klassieke-auto-blad voor oude 2CV's. Hij had geen tijd om lamgs te gaan en gaf me dus wat adressen waar ik leuke oude eendjes kon gaan kijken, maar er was niet veel soeps bij, helaas, maar toch leuke contacten gehad met franse eigenaars van geinige auto's.

Op de terugweg naar huis deed ik onze hofleverancier aan; de grote sloop (altijd raak daar !). Er stond daar een lichtblauwe AMI6-Break. Overduidelijk een Balladurette; zo uit het verkeer geplukt, mankeerde nagenoeg niks aan ! Er was een koplamp vanaf gehaald en de achterwielen, maar de auto was nagenoeg hard en verder compleet. Ik was spontaan verkocht; ik moest hem hebben ! Als (bestel)eend-liefhebber had ik nooit zoveel oog voor de AMI (ook al had ik twee AMI8-Breaks gehad). Maar deze auto moest de mijne worden. (Ja ik weet het; psychologen zullen het graag willen bestuderen, maar verliefd worden op een stuk ijzer op 4 wielen bestaat).

Normaal gesproken hou ik helemaal niet van soebatten bij de kassa van de sloop (betaal gewoon de prijs als die in mijn ogen redelijk is), maar nu had ik de stoute schoenen aan en vroeg ik bij de kassa of ik die AMI6 kon kopen met als smoes dat ik er eentje thuis had en ik de onderdelen ging gebruiken. De sloopbaas vond het wel best met die Balladur-regels en stemde toe voor 2000 FF. Ik was blij verrast en helemaal door het dolle en gelijk wat aanbetaald. Fluks terug naar de AMI en alles op slot gedraaid (sleutels in de zak gestoken), de knecht van de sloop kalkte "ne pas toucher" op de ruiten met een witte viltstift. Blij verliet ik het terrein. Had geen leuk autootje kunnen scoren dankzij Jan-Peters tips, maar nu door eigen initiatief had ik een AMI6-break.

Twee weken later had ik een lang weekend vrij (leve de arbeidstijdverkorting van 40 naar 36 uur !) en ging ik op pad met mijn dagelijkse auto (CX-Break Diesel omgebouwd tot ambulance) met trekhaak en het onvolprezen karretje van Jan Kramer (zie elders). Op de sloop aangekomen, bleek dat de laatste wielen onder de auto vandaan waren gehaald, ondanks "ne pas toucher" op de voorrruit. Na mijn beklag bij de sloopbaas, mocht ik 4 wielen van ander auto's halen. Snel vier wielen met mooie banden eronder gesleuteld en op naar de uitgang. De Manitou (is heftruck) van de sloopbaas hielp de auto de bult over richting parkeerplaats. 

 

(foto by Gromsound)

Om de auto op de aanhanger te krijgen, hielpen -spontaan- een paar gespierde fransozen. Zonder de handlier klom de AMI de kar op. Ze zullen wel gedacht hebben "ils sont foux, les hollandais" maar zeker weten hadden ze een mooi braniepraatje die avond bij Marie aan de tap ! Toen op weg naar huis, tussenstop -illegaal- in het bos ten noordoosten van Parijs (slapen achterin de ambulance) en Zondag bij mijn Achthuizense stulp, de wagen afgeladen en gestald.

Dit was de eerste, maar toen had ik de smaak te pakken. Mijn schroom om de sloopbaas te vragen om complete auto's te kopen was overwonnen.

 

Al met al resumerend......het plan van Balladur is gelukt. Heden ten dage anno 2002, staat er in Frankrijk geen enkele oude auto meer op straat. Voor autoliefhebbers is het land dus overleden. Is erg jammer; had graag nog jarenlang genoten van autovakanties in frankrijk, maar helaas. Maar het feit, dat ik in een jaar tijd vier franse historische auto's heb kunnen redden, maakt veel goed, zeker omdat er drie, voor eeuwig in mijn verzameling zijn beland. Als dat niet zo was, was ik nu gefrustreerd geweest, bij het zien van een frans straatbeeld VOL Peugeots 205 anno 2002 (gelukkig ben ik ook liefhebber van dat soort blikkies). Maar ik mijmer positief, bij de herinnering van hoe het was (Wat hebben wij toen genoten !) en ben blij dat ik bijna 10 jaar heb kunnen smullen van die ouwe barrels in een land, slechts 300 kilometer van huis. Onze stille getuigen zijn de foto's en diaas van het straatbeeld toen en de sloopkiekjes.