Jezeke

Start
Omhoog

 

HOE EEN BELGISCH BESTELEENDJE NAAR NEDERLAND KWAM (Deel 1)

 De “ellende begon als ik het me goed herinner na afloop van een lascursus avond in Concordia. Sjoerd had me al eens verteld dat hij ergens in de Belgische Ardennen in 1983 was wezen kijken naar een “weekend” besteleend van omstreeks 1960. In eerste instantie wist ik niet precies wat dit voor type was, want het is een hele speciale uitvoering. Zoals bijvoorbeeld de AZAM een luxe personeneend is, is de “weekend” oftewel de AZU-Luxe, een luxe besteleend met daarin een achterbankje. Om de passagiers wat uitzicht te geven had de auto ook hele grote zijruiten. Verder is de auto uitgerust met allerlei luxe flauwekul zoald sierstrippen, aluminium bumper, automatische binnenverlichting etc…. Als klap op de vuurpijl is deze eend ook nog eens gespoten in twee kleuren (bijv. lichtgeel/lichtgrijs, lichtgorn/lichtgrijs etc.) Om een lang verhaal kort te maken: deze auto leek me wel wat, vooral omdat het vermoedelijk de enige eend van dit type was die nog bestond. Op die bewuste avond in Concordia vroeg ik Sjoerd of hij precies kon uitleggen waar het autootje dan wel stond. Hij wist het niet precies meer uit zijn hoofd. Dus ging ik met hem mee naar huis waar hij nog ergens papier zou hebben waar het op stond. Het bleek dat de auto in Heyd zou zijn, een zeer klein dorpje in de Belgische Ardennen. De auto zou daar achter een schuurtje staan bij een winkeltje. Hij tekende de precieze plaats op een notitieblaadje, zodat het wat makkelijker te vinden zou zijn.

Afijn, de volgende dag keek ik op de kaart hoe ver het wel niet was. Dat viel effe tegen, zo’n 250 kilometer rijden en dan ook nog weer terug. Dus ik stelde het maar eventjes uit. Maar in de kerstvakantie van 1985 kreeg ik toch wel zin om eens te gaan kijken. Dat zou meteen een mooie afscheidsrit zijn voor mijn rode Dyane 6 die ik zou gaan slopen. Dus ik charterde een vriend die een cursus Frans aan het volgen was om als tolk mee te gaan en op 24 December 1985 gingen we op weg. Helaas was ik toen Sjoerd zijn papiertje al weer kwijt en dus moest het op geheugen. Het was makkelijker te vinden dan ik vreesde want meteen toen we Heyd binnen reden, zag ik al een vreemdsoortig in groen plastic verpakt “ding” staan achter een schuurtje. Het bleek het besteleendje te zijn. Dus gingen we het winkeltje in waar hij naast stond om te vragen wie de eigenaar was. We kregen niet eens de kans om uit te spreken want het zéér kleine vrowutje achter de toonbank begon al te kwetteren: “quatre mille francs”. Hij was dus overduidelijk te koop ! Dus gingen we hem eens goed bekijken. Dat viel niet echt mee want hij was omgeven door puin. Het lukte me net om erin te klauteren via het rechtervoorportier. Gelukkig lag het speciale achterbankje er nog in. En ook drie van de vier zeldzame sierwieldoppen. De motorkap ging pas open na een complete schoonmaak van het schuurtje, maar het lukte uiteindelijk wel. Sjoerd had trouwens wel gelijk; het roestmonster had aardig toegeslagen !!! Je keek er op diverse plaatsen dwars doorheen. Maar ja, toch wou ik het autootje wel kopen. We spraken dus af met die vrouw dat we hem zouden kopen en ze gaf ons haar telefoonnummer omdat we wel moesten bellen voordat we kwamen. De oude Dyane bracht ons weer netjes thuis en daar begon het regelen van het transport. Omdat ik het huren van een auto-transporter toen niet kon betalen, zei Dirk dat we hem wel even met de trekstang zouden gaan halen, op een Zaterdag.

We  hadden toen al afgesproken wanneer, toen ik de mensen in Heyd belde dat we zouden komen. Toen brak daar meteen paniek uit, want ze moesten de papieren van de auto nog opzoeken en of ik over twee weken nog maar eens terug wou bellen. Het avontuur ging dus niet door. Ik belde dus na die twee weken maar weer terug en weer hadden ze de papieren niet. Of ik over twee weken nog maar eens terug wilde bellen. Ik zag het al helemaal niet meer zitten, maar ik belde toch maar weer terug. Toen kwamen ze met de mededeling dat vader de eend wou bewaren voor zijn zoon en dat de koop niet doorging. Met als gevolg dat ik lichtelijk woest werd, want ik moest en zou die auto nu zeker hebben. Ik begon met het verzinnen van plannetjes om de auto toch te bemachtigen want dat smoesje van die vader en zijn zoon vond ik wel erg flauw.

Een paar maanden later ging ik met Dirk op vakantie naar Frankrijk in zijn uit Frankrijk geïmporteerde 18 PK uit 1964, ook wel bekend als de E.P. dan wel Eppo, tevens als “dat doffe grijze geval”. Na een rondje Frankrijk, kwamen we toen in het Noordoosten terecht, waar we de straat hadden bezocht waar het 18PK’tje vandaan kwam. Tja en toen waren we wel erg dicht bij Heyd en dus gingen we maar weer eens kijken. De “Weekend-besteleend” stond er nog precies hetzelfde bij als vier maanden daarvoor. Omdat ik dacht dat mijn kop die mensen misschien niet aanstond, stuurde ik Dirk naar binnen om te vragen of die eend “soms te koop was”. Het vrouwtje begon meteen te briesen; “Non, non, absolutement pas a vendre, non non”. Tja hij was dus kennelijk echt niet meer te koop. Inmiddels had ik links en rechts eens geïnformeerd en gemerkt dat dit autootje toch wel erg bijzonder was, want er was er in Nederland geen één meer, op de overblijfselen (in onderdelen) van een 1959-er na. Maar ja, hij was niet meer te koop, dus begon ik er al aan te denken een replica te bouwen.

Later kreeg ik het druk zat met andere auto’s en had ik ook geen plek meer in mijn garage voor nóg een auto, dus vergat ik die Belgische besteleend maar. Totdat Dirk begon te zueren of we niet weer eens naar Heyd moesten om te gaan kijken hoe het ermee stond. Het was inmiddels November 1986. Ik had niet echt zin om weer daarheen te gaan, want die keer in April ’86 was ook al zo slecht voor mijn hart geweest. Maar ja; eind December lag er volgens de weerberichten 50 centimeter sneeuw in de Ardennen en doen moest Dirk persé buiten gaan spelen, deze keer niet met de langzame E.P., maar met de plusminus tweemaal zo snelle 2CV6, tevens bekend onder de naam Bertus Staigerpaip, bij de politie vooral bekend als NV-42-TZ. Ik ging toen toch maar mee. Er lag wel anderhalve meter sneeuw in de Ardennen, ja dan heb ik het over de lengte, de breedte was 30 cm en de hoogte plusminus 5 cm , of, om een lang verhaal kort te maken; er was haast geen sneeuw, alleen hier en daar in de wegberm.

 

Tja en toen waren we dus weer in Heyd, waar van verbazing de ogen uit mijn kop rolden; ze waren “het” bekende schuurtje aan het opruimen !!! Niet te geloven zeg. Er stond een auto met een aanhanger , waarop alle spullen lagen. EN je kon nu keurig om de eend heen lopen ! Dat was ook voor het eerst. Tja, zouden ze nu ook de auto willen opruimen ? Dacht ik bij mezelf. Om bij te komen van de schrik zijn we toen een eindje gaan rijden. Toen we terug kwamen zijn we dan toch maar het winkeltje in gelopen om te vragen of ‘ie te koop was. Het vrouwtje was kennelijk blij ons te zien, want ze begon meteen vriendelijk te vertellen dat de auto nu geen 10.000 francs was maar 4000. Dat laatste bedrag had ze de eerste keer ook al genoemd. Om zeker te zijn van de koop spraken we gelijk een datum af. Omdat ik van schrik zelfs de franse getallen niet meer wist pakte ze de gloednieuwe 1987 kalender. We konden niet de zaterdag daarop komen, want ze moest de papieren nog zoeken en de sleutels, maar 10 Januari was goed. Toen we weer buiten stonden werd ik ééééééven  niet goed , maar toen dat over was wou ik meteen, en wel nú, geld gaan wisselen, want ik wou de auto vast aanbetalen. Gelukkig konden we geld wisselen bij de Nederlandse camping “om de hoek”. Meteen terug om 1000 Francs aan te betalen. Ook heb ik toen mijn adres en telefoonnummer opgegeven, voor het geval dat het wéér niet door ging. Behoorlijk gelukkig reden we toen weer naar huis. Zo snel mogelijk ben ik toen een auto-transporteur gaan regelen voor de tiende Januari. Gelukkig was er één vrij. Ik was blij dat ik deze keer wel geld daarvoor had, want bij nader onderzoek bleek, dat de “weekend” toch niet te verslepen was geweest. Op 9 Januari ’s avonds heb ik de Volkswagen LT transporteur opgehaald. Eerst even dwars door Rotterdam gereden naar Erik Jansen voor koffie (eigen recept). Daar was het samenwerkingsverband van verenigde ongeïnteresseerde citroënrijders (V.O.C) bijeen en daar werd besloten dat er een volgauto met drie man mee zou gaan. Jaap zijn Zwijntje ofwel Muis ofwel Kakapéésmocht daarvoor zorgen. Omdat de gigantische bak niet voor mijn boshut kon staan, parkeerde ik hem in het dorp. Heel fijn was het toen ik de volgende morgen arriveerde en zag dat de buurman zijn Dyane achteruit tegen de transporter had geparkeerd. De Dyane had een mooie vouw achterop. De transporter was wat steviger, alleen de achteruitrijlamp was gesneuveld. Het kostte ons een half uur om de schade te regelen met de buurman die we net uit zijn bed hadden gebeld (nèt goed).

 

Afijn toen konden we op weg, Dirk en ik in de transporter en de rest in de eendAl na een korte tijd bleek dat het in de eend niet warm te krijgen was. Jaap, Erik en José zaten dus heerlijk te blauwbekken, terwijl in de cabine van de transporter tropische temperaturen heersten, We reden in één ruk toto Liège (Luik). Daar stopten we voor koffie uit de thermosfles. Uiteraard was er geen parkeerplaats voor zo’n wagen van zes meter, dus zetten we hem midden op straat, met de alarmknipperlichten aan. De verkleumde eendrijders konden nu in de kabine even bijwarmen. Toen we verder gingen bleef José in de kabine, hij moest op het motorkompartiment zitten, niet zo komfortabel, maar wèl lekker warm ! Zo arriveerden we in Heyd. Eerst meldden we ons in het winkeltje. We konden vast de auto gaan uitgraven, het vrouwtje zou later komen met de sleuteltjes. De papieren waren er niet meer, die hadden ze al lang geleden opgestuurd. Die smoesjes van Januari 1985, toen ze de papieren zogenaamd moesten zoeken waren dus flauwekul ! Maar dat had ik al eerder gedacht. De auto was een klein beetje opgeruimd, alleen de 150 dakpannen, die in de weg lagen, lagen er nog steeds. Gelukkig zaten ze niet vastgevroren, want deze keer lag er wèl sneeuw en het was goed koud ook. Toen de apnnen weg waren en we een prikkeldraadhek hadden gesloopt, kon het duwen beginnen.. Het ging niet van harte ! Alle banden stonden leeg en de remmen zaten min of meer vast. Met vier lukte het om wat beweging in het oude beestje te krijgen. Het eerste stukje was het moeilijkst, want de wielen waren in de grond gezakt, maar daarna ging het wel, al was er heel wat kracht voor nodig. De 25 meter , die we af moesten leggen duurde ongeveer een uur, want na iedere meter moesten er natuurlijk foto’s gemaakt worden. Het vrouwtje had inmiddels de sleutels gebracht. Het bestuurdersstoeltje had ze niet meer kunnen vinden, jammer maar helaas !

 

Toen de besteleend eenmaal voor de transporteur stond, ging het snel; er zat een elektrische lier op, dus met één druk op de knop werd het autootje omhoog gesleurd. Toen ‘ie erop stond werd ‘ie goed vastgesjord. Ik ging ondertussen naar binnen om af te rekenen. Omdat het stoeltje zoek was kreeg ik 500 Franc korting ! Toen kostte íe dus nog maar 3500 Francs. Ik stelde nog wat vragen over de auto. Hij bleek veertien (!) jaar stil te hebben gestaan. Maar hij moest het nog doen, hij was rijdend weggezet !!!!! Ja ja……. We gingen snel op weg terug want de transporter moest om 6 uur terug zijn in Rotterdam. We reden in één ruk door naar huis, via een smokkelroute, want voorlopig hoefde de douane de auto nog niet te zien. In het donker arriveerden we terug in Terheijden. Omdat de garage te vol stond, moest er één auto naar buiten, toen pas kon de luxe AZU naar binnen. In de tussentijd zette Dirk de door de buurman nieuw gekochte achteruitrijlamp erop en we konden gaan. Uiteraard waren we niet om zes uur terug in Rotterdam, maar dat mocht de pret niet drukken. De volgende dag, na goed uitgeslapen te hebben, gingen we terug naar Terheijden, om de AZU-L nog eens goed te bekijken. Hij is toch wel erg slecht ! Maar het chassis lijkt redelijk. De bumper en de achterkant bleken te bestaan uit eikenhouten balken ! Hij was dus al jaren voordat hij weggezet was goed aan het rotten geweest !! Met een zes volts accu erin bleek alles nog redelijk te werken. De startmotor deed het, maar de motor zit vast, vermoedelijk zit er een klep vastgeroest. We hebben hem toen in de schuur gezet en daar staat ‘ie nu nog. Alleen heb ik er fatsoenlijke banden met lucht onder gezet. Eens in de toekomst volgt de restauratie, zeg maar herbouw, een andere koets heb ik al in voorraad. Tegen die tijd lezen jullie daar wel weer iets over.

 

Tom Schulte.